Het masterplan probeert een antwoord te bieden op de ruimtelijke fragmentatie die de wijk vandaag kenmerkt. Opzet is de realisatie van een continue publieke ruimte waarin en -langs het ook aangenaam wonen is. De publieke ruimte is hierbij leidend. Het landschap vormt de basis voor een robuust maar veerkrachtig masterplan. De publiek ruimte geeft de bebouwing vorm en biedt het noodzakelijke (landschappelijke) kader aan de ontwikkeling. De insteek voor de bebouwing vertrekt vanuit een reflectie over de relatie met de bestaande context. Wat reeds aanwezig is, in het bijzonder de bestaande private woningen, vormt een belangrijk startpunt. Het masterplan ziet de bestaande bebouwing als een kans en niet als een obstakel voor de gewenste woonontwikkeling. De specificiteit van de verschillende typologieën binnen het project gebied suggereert de ontwikkeling van verschillende interventiestrategieën op maat. Er worden er vier onderscheiden: - De campus wordt gekenmerkt door vrijstaande gebouwen in een natuurlijke groene omgeving. - Het ensemble bestaat uit een geheel van gebouwen en open ruimtes, privaat en collectief, die aansluiten bij en zich verweven met de bestaande gebouwen . - Weefsel is een strategie die uitgaat van het afwerken van het bestaande. - Tenslotte kan het soms aangewezen zijn om een gebouw te renoveren i.p.v. nieuw te bouwen. Het resultaat is een doorlopend parklandschap dat bestaande en nieuwe gebouwen omarmt een 360° relatie creëert tussen woningen en omgeving.