Op een hoekperceel van 78 m2 dat reeds gedurende 15 jaar onbebouwd was, werd een eengezinswoning opgetrokken. Een eenvoudige structuur bepaalt het plan: twee evenwijdigen aan de scheimuren maken de kamers. De overgebleven spie op de hoek is telkens extra: een ruime entree, een overmaatse nachthal, overgang tussen de leefruimtes. Het grote geveloppervlak en de dakterrassen trachten het gebrek aan tuin deels te compenseren: wanneer de guillotineramen open staan, ontstaat op de hoek een soort inpandig terras. De klassieke stapeling wordt omgedraaid zodat de leefruimtes in relatie staan tot de dakterrassen en maximaal kunnen genieten van de zuid-west oriƫntatie. De gevel is een interpretatie van de voormalige fabrieksgebouwen aan de overzijde van de straat en een duidelijke vertaling van de structuur.